Wij reden naar de stad
er was een boodschap die geen uitstel duldde
Met onbezorgdheid geld op zak
de nacht voluit geslapen liepen wij
Helder melodieus kwam ons
het stuk van alle kanten toegewaaid
de blazers kleurden rood en warm
de strijkers dun en zilver staken stokken
naar de hemel wij klapten onze hakken
ritmisch op de tegels mee
De stemmen vielen in een regenboog van noten
en zonder dirigent! zo kan het ook
en dan opeens een schuine dreun
een bekken klettert op de grond de pauk slaat
midden in het stuk een fine einde stop:
er ligt een iemand op de grond  die net nog
stond sloeg achterwaarts vanuit de enkels neergehaald
voor altijd stil het leven sijpelt uit het hoofd
Het hout hapert koper blaast uit de stemmen
slikken water er zijn er die een pauze denken
maar daar klinkt alweer een stemvork
paardenstaart strijkt als een vinger
over een gewonde snaar
Ons klinkt het dof en ongeklankt als wij terug
de boodschap slepend achter ons
Wij hadden graag de iemand toegedekt met
zachte stilte een tel rust een maat overgestapt
maar een orkest moet spelen
daar is het voor  muziek stopt niet

alleen wij zelf

Wendela de Vos
Muziek stopt niet