Een jongen was het
hij kwam studeren
de stad was groot zijn ouders ver
de meisjes dichterbij dan
ooit
Hij zou jouw broertje kunnen zijn
uw zoon, jullie kleinzoon
Het zolderraam kadert
een kerkklok een vlag
op het filmdoek van lucht het parcours
van zijn toekomst maar alleen
overdag
Te kiezen had hij
tussen fluiten en zingen
trui of jasje raam open raam dicht
zijn horloge om/af hij had zeeën van
tijd
Hij zou jouw broertje kunnen zijn
uw zoon,  jullie kleinzoon
De zomer was lang
houten bank nog niet hard
maar een plek om te zoenen
met uitzicht op eenden de geur van
gras
Van kersen hield hij
zijn viool dunne lucht
van een nacht met de adem van
vriendschap en de smaak van koud
bier
Tot op een dag
de kersen bitter
de boeken dicht
de tijd gestolen
Weg opgebroken
de hemel verschoten
gordijnen gesloten
dromen verdwaald
 

Treden overgeslagen
hoeken vermeden
blikken gewogen
namen verdraaid
Eenden opgegeten
banken gesloopt
viool opgeborgen
ouders geschreven
Kleren gewaarschuwd
schoenen gewogen
botten gegijzeld
woorden bewaard
      *
Een jongen was het
toen hij terugkwam
sleutel verloren vrienden verdwenen
vingers niet meer herkenbaar voor zijn
viool

Het had jouw broertje kunnen zijn
uw zoon, jullie kleinzoon
Een jongen was het
hij werd mijn vader
vandaag staat hij naast ons en kijkt
naar de lucht met de kerkklok een
vlag

Hij zwijgt uit vrije wil
denkt wat hij wil denken
verbaast zich dat hij er nog is
en zich kan verheugen op
morgen

Gisteren werd mijn vader 92 jaar

Wendela de Vos
4 mei – Vrijheid geef je door